Blog

Pauline Res en Charlotte Res schrijven elke maand samen met Yvonne van Almaren een nieuwe blog.

Sprei

Enig kind is ze, ze heeft zelf geen kinderen en haar relatie is net verbroken. Pittig als dan je moeder komt te overlijden. Moeder en ik blijken van hetzelfde geboortejaar. Het regelen van de uitvaart is niet zo ingewikkeld, toch besteed ik er veel tijd aan. De dochter lijkt gewend aan een eindeloos luisterend oor. Dat van haar moeder.

De innige band tussen de twee vrouwen wordt verbeeld door de sprei die haar moeder haar ooit gaf. Kort voor het sluiten van de kist knipt de dochter de sprei symbolisch in tweeën. Eén helft drapeert ze over het levenloze lichaam, de andere helft drukt ze stevig tegen zich aan. Een half jaar later bel ik voor een nagesprek. Als ik haar weer ontmoet oogt ze strijdbaar. Ze is niet zielig zegt ze en vertelt dat ze mensen bij elkaar gaat brengen die net als zij ‘alleen op de wereld’ zijn.

Een jaar collegegeld

Een eigen onderneming heeft hij, midden in de stad. Een paar weken geleden bezoekt hij de dokter. Pijn. Volledig uitgezaaide kanker. Hij ziet af van behandelingen en zet direct een euthanasietraject in. Op zaterdagmiddag overlijdt hij. Hij laat vier studerende zonen achter, een ex en een nieuwe liefde. En verder zijn vader en zijn zus. We hebben wat middelpuntvliedende krachten nodig in zo’n uiteenlopend gezelschap, een taak die zijn zus op zich neemt. De grootste samenbindende kracht blijkt echter de liefde voor de overleden man. Voor de opgroeiende jongvolwassen zonen was hij vader, leidsman en inspirator. Ze hebben bagage voor een heel leven meegekregen. Alsof hij wist dat zijn tijd beperkt was. Hij was ook de financiële bedding onder hun bestaan. De kinderen maken zich daar zorgen over. Wat moeten zij zonder hem? Groot is de consternatie als blijkt dat een advertentie in de Volkskrant net zoveel kost als een jaar collegegeld. Dit is voor hen de maat der dingen. Toch komt de advertentie er.
De man krijgt een prachtige dienst, het is druk in de Geertekerk. Zijn zoons maken veel indruk met hun volwassen toespraken. Alle aanwezigen zijn verbonden in verdriet. Bij het uitdragen van het lichaam klinkt het ijle en loepzuivere Stabat Mater dan ook smartelijker dan ooit.

Schone slaapster

Een bekende uit een grijs verleden belt. Ervaren als we inmiddels zijn, weten we gelijk: dit is foute boel. De kennis heeft inderdaad een verdrietig bericht. Zijn vrouw zal spoedig overlijden. We maken een afspraak.

Het is een aangename zomer. De vrouw ligt zoveel mogelijk in de tuin van het hospice waar ze verblijft. De sfeer om haar heen is licht. Ze kan niet meer goed praten, maar haar glimlach is hemels. Ze lijkt gelukkig en iedereen wil bij haar zitten. Al dagen wordt haar overlijden verwacht, maar het gebeurt maar niet. Vaak is ze heel ver weg, maar steeds weer veert ze op en als ze de stem van haar man hoort, is ze één en al glimlach. Als het onvermijdelijke moment daar is, neemt hij haar mee naar huis. Daar ligt ze, als een schone slaapster. Velen komen naar haar kijken.

De dag dat ze wordt begraven halen haar man en een kleine groep vrienden haar thuis op met de loopkoets. Ze begeleiden haar op een stille tocht van haar woonhuis naar de Geertekerk.
Het is zomervakantie, maar de kerk is overvol. Buiten een strakblauwe lucht, de zon straalt. Ze wordt gemist.

Hij heeft hem nog niet gelezen

Allebei hoogbejaard en allebei ziek. Meneer is terminaal, zijn vrouw zit middenin intensieve bestralingen. Wat een verdriet als zij het niet meer volhoudt om haar man thuis te verzorgen. Ook zeer tegen zíjn zin moet hij naar een hospice worden overgebracht.
Hoe pijnlijk.. Het laatste jaar van hun leven samen. Door de fysieke afstand drijven ze uit elkaar. Meneer overlijdt en een rustige opbaarperiode in het opbaarcentrum volgt.

Mevrouw schrijft in deze periode een brief, waarin ze de kloof die is ontstaan tussen haar en haar man probeert te overbruggen. Het is een lief gezicht, de brief die onder zijn revers geschoven is. De oudste dochter die wars is van sentimentaliteit, merkt iedere keer dat ze haar vader ziet op: ‘hij heeft hem nog niet gelezen’.

Maar ook deze dochter is niet vrij van emoties. Op de laatste dag voor het afscheid steekt ze in een onbewaakt moment een bloem naast de brief. Een mooi moment als juist dan haar moeder met haar zus binnenkomt en ze elkaar gedrieën aankijken. Lichtelijk betrapt glimlacht ze en zegt: ‘hij heeft hem nog steeds niet gelezen’.

Haar uitvaart is hun uitvaart

Een vrouw nodigt me uit. Haar man is er niet bij, hij weet niets van wat we bespreken. De dood is een zwaar beladen onderwerp in hun huishouden.

Als de vrouw wordt opgenomen in een hospice komt het verslag van ons gesprek op tafel. Dit is een bittere pil voor de echtgenoot. Hij wil de wensen van zijn vrouw respecteren, maar heeft veel moeite met het feit dat hij erbuiten is gehouden. Ook met de inhoud van de wensen is hij het niet eens. Vrouw en man zijn allebei van joodse origine, maar hebben niets met het geloof. Toch heeft de vrouw ervoor gekozen om een aantal joodse elementen in haar uitvaart op te nemen.

Haar uitvaart zal namelijk niet alleen háár uitvaart zijn. Ze wil dat het ook de uitvaart wordt van haar ouders en haar familie, die vermoord zijn in Sobibor. Sobibor, het kamp gebouwd tijdens de tweede wereldoorlog, een vernietigingskamp. Het kamp dat niet tevens een werkkamp was. Het enige doel was om mensen, voornamelijk joodse mensen, uit te roeien.

Vier maanden ligt de vrouw in het hospice, een periode waarin haar man zich meer en meer verzoent met haar wensen.
De uitvaart is mooi. Haar graf ligt bovenop een heuvel. Het is nog een hele toer om met de joodse kist (zonder handgrepen!) naar boven te klimmen. Het kadiesj wordt uitgesproken, het graf dicht geschept. Meer dan 34.000 Nederlandse joden arriveerden in Sobibor. Vrijwel alle mensen die daar aankwamen zijn direct vergast, of gefusilleerd. De familieleden van de vrouw zijn er vermoord, zonder voor hen belangrijke rituelen, zonder respect, zonder… niks. Vandaag worden ook zij begraven.

Haar uitvaart is ook hun uitvaart.  

Dichtbij

En dan krijg je als uitvaartleider zelf van dichtbij met de dood te maken. Mijn zwager. Twee derde van zijn leven was hij depressief, diverse diagnoses werden gesteld. En nu wilde hij worden verlost uit zijn lijden. Na ruim drie jaar is eindelijk de toestemming voor euthanasie daar. Zijn hoogbejaarde moeder, zijn broers, zusje en hun partners zijn erbij als hij rustig overlijdt.

Bijzonder vind ik het, als ik word gevraagd de uitvaart te organiseren. Ik ga in de regelstand en samen met de andere familieleden bereiden we een heel mooi afscheid voor. Ik probeer vooral mijn rol als uitvaartleider te nemen en niet als familielid. Maar dan komt de dag van het daadwerkelijke afscheid dichtbij. En dat heeft meer impact op me dan ik had verwacht. Ik vraag collega Hiske of ze de volgende dag het stokje van me wil overnemen.

Op de dag van de uitvaart ben ik ontspannen, tevreden over wat ik heb georganiseerd. Ik hoef vandaag nergens aan te denken, alleen bij mijn familie te zijn en in alle rust afscheid te nemen. Ik kan verdrietig zijn over hoe triest een mensenleven kan verlopen. Tot zijn drieëntwintigste was mijn zwager een levenslustige, succesvolle en sportieve man. Met elkaar kijken we naar foto’s met prachtige passende muziek en verhalen uit die tijd. Het is een fase van zijn leven die iedereen bijna vergeten is, of zelfs nooit gekend heeft.

We glimlachen, zuchten en laten tranen om hoe het hem is vergaan. Ook ik; vandaag ben ik geen uitvaartleider, maar gewoon een familielid dat afscheid neemt van een dierbare. 

Begraven in Syrië

Ik ben met Maran op stap. Ze is anderhalf jaar in Nederland en wil weten hoe een uitvaart in Nederland gaat. We gaan samen naar een begrafenis op Daelwijck. Ik laat haar grafstenen zien, waar ruimte is opengehouden voor een tweede naam en vertel haar dat we dit een familiegraf noemen. Maran vindt het vreemd: één graf met twee mensen bovenop elkaar; in Syrië word je naast elkaar begraven. Onderweg naar het crematorium lopen we langs de urnenmuur. Maran geniet van de kleine huisjes, met kaarsjes, hartjes en beeldjes. ”Mag ik een foto maken?”
Ik vraag Maran hoe het in Syrië gaat. Ze vertelt. Een overledene wordt in Syrië binnen 36 uur gewassen, in lakens gewikkeld en begraven. Je gaat net zo naakt als toen je geboren werd. Iemand leest twee verzen uit de koran voor. In het graf wordt water gesprenkeld en bloemblaadjes. Daarna wordt de overledene in het graf gelegd.

Nu wil Maran weten hoe duur het is om in Nederland begraven te worden. Ik vertel haar dat een begrafenis gemiddeld € 8.000,- kost. Een begrafenis in haar land kost € 50,-; dit bedrag is voor de man of vrouw die de overledene wast. De grond waarin begraven wordt is van de gemeenschap. Er is geen kist, geen opbaring, geen advertentie of kaart. En het graf is eeuwigdurend. Ontroerend eenvoudig eigenlijk.

Verdrietig

We krijgen een bericht binnen via onze website. Dezelfde ochtend bel ik het ingevulde telefoonnummer. Aan de andere kant van de lijn een dochter en zoon. Hun moeder zal niet lang meer leven. Als ik wat wil vertellen over wat er mogelijk is, reageren ze kort: haar uitvaart zal met minimale middelen moeten worden uitgevoerd.

Al na een week laten ze me weten dat moeder is overleden. Het kost me moeite om mijn credo ‘zorgvuldig en betrokken’ in praktijk te brengen. De verzorging van de overleden vrouw wordt aan ons overgelaten, de rouwkaart wordt in een vloek en een zucht afgehandeld en een eenvoudig bloemstuk kan nog net. Uit alles blijkt een onvermogen om met liefde over de overledene te kunnen spreken en denken. Wat moet veel zijn misgegaan in de relatie tussen deze kinderen en hun moeder.

Na een opbaring van twee dagen in het rouwcentrum komen de dochter en zoon met de kleinkinderen afscheid nemen. Ze zijn vijf minuten binnen. Dan wordt aan mij gevraagd de kist te sluiten en verlaat de familie het crematorium. Verdrietig ga ik naar huis. Wat zijn deze mensen niet bij machte geweest om dit afscheid vorm te geven. En wat heb ik daar weinig aan kunnen bijdragen. 

Dag lieve kleurige stagiair

Het is een jaar of vijf geleden. Ze had nog maar net ons kantoor verlaten, onze enthousiaste stagiair, en toen was ze ineens terminaal ziek. Op haar bed, met het hele gezin, bespraken we haar uitvaart. Het moest een viering van haar leven worden. Alle gasten in fleurige kleding; ze hield daar zelf zo van. Een ‘happy hour’ als afsluiting, in haar favoriete café-restaurant. Als de dag daar is, schijnt de zon en rijden we in optocht naar het oosten van het land. Hier is ze geboren, hier wil ze begraven worden. In gedachten zie ik haar intens tevreden op het dak van de rouwauto zitten. Er hangt een soort opgetogenheid in de lucht.

We komen aan op de begraafplaats. Al van veraf zien we het oranjerode schijnsel van twee brandende vuurbekkens naast de plek waar we haar naartoe brengen. Het is er heuvelachtig, met zacht groen mos dat royaal om de graven ligt, er is ruimte, er zijn doorkijkjes. De mooiste begraafplaats die ik tot op heden gezien heb. We vieren een prachtig afscheid. Dag lieve kleurige stagiair.

Kerststal

Het is al even stil op kantoor, we worden er wat onrustig van. Dan gaat de telefoon; er is een man overleden, vrij plotseling, in het ziekenhuis waar hij lag. Zijn familie heeft gelukkig nog afscheid van hem kunnen nemen. Zó willen ze hem ook herinneren, zoals hij was toen hij nog leefde. Hem nu thuis opbaren vinden ze om die reden niet prettig. Bij hen in de polder, ligt een begraafplaats met een ruimte voor opbaring. Denkend aan de buitenmens die de man was, vindt de familie dit een mooie plek, al kiezen ze er zelf voor hem niet meer te zien. Met gesloten kist staat de overleden man al die dagen zonder bezoek op de verlaten begraafplaats.

Alleen ik kom iedere dag langs. Met de familie bespreek ik ondertussen hoe de afscheidsdienst eruit moet zien. Dat valt niet mee. De kinderen van de overledene zijn niet gelovig zoals hun ouders en hebben geen idee van de rituelen van de katholieke kerk. Als we ons vooraf gaan oriënteren in de kerk, lopen de kinderen wat verdwaasd achter mij aan. De koster en ik leggen uit wat de kerkelijke gebruiken zijn na een overlijden. Terwijl vrijwilligers gezellig timmeren aan de kerststal in de kerk, praten wij over wijwater en wierook en doen we een generale repetitie. Een paar dagen later is de uitvaart. De kerk voelt inmiddels warm en vertrouwd. De kerststal is klaar, net als het leven van de man. Al weten de kinderen nu: dat geldt slechts voor zijn leven op aarde.